In de Traditionele Chinses Geneeskunde behoort wilskracht (Zhi) bij de Nieren. Het is niet de wil die de persoonlijke wil van het ego is, die wordt gedreven door verlangens. Zhi is meer de wens, het doel, de aspiratie, motivatie of wilskracht.

Omdat het verantwoordelijk is voor het leveren van wilskracht. vastberadenheid en het doelgericht nastreven van doelen, maakt het mogelijk om doelen te realiseren door de nodige energie te leveren, om ideeën tot uitvoering te brengen. 

En ook al heeft iemand nog zulke mooie en fantastische plannen met accurate informatie, zonder Zhi wordt het niet gerealiseerd. Er kan simpelweg niet beslist en gehandeld worden. 

Iemand met goed ontwikkelde Zhi getuigt van doorzettingsvermogen, vastberadenheid en vasthoudendheid om persoonlijke doelen te bereiken. Mensen met Deficient Zhi worden besluiteloos, passief en angstig. Mensen met Excess Zhi hebben misschien een blinde gehoorzaamheid aan autoriteit of zijn fanatiek.

Als de nieren sterk zijn, dan is ook de wilskracht sterk en zal je drive, motivatie, enthousiasme en volhardend zijn in het bereiken van je doelen. Als je nieren uitgeput zijn, dan zal de wilskracht minder zijn of niet aanwezig. Dit uit zich dan in een gebrek aan drive, initiatief en je zal snel ontmoedigd zijn. 

Deficiency van de nieren en een gebrek aan wilskracht hebben een belangrijke bijdrage aan depressie. Nieren worden vaak deficient door te veel overwerk, te lang teveel van jezelf te hebben gevergd en door energie te gebruiken die je eigenlijk niet tot je beschikking hebt, maar eigenlijk leent van je back-up systeem. Doorgaan op pure wilskracht….. 

Andersom kunnen emoties of gedrag ons ook ziek maken ofwel uit balans brengen. In deze tijd willen we allemaal zoveel, we zijn op zoek, willen meer, hebben geen focus en ronden steeds minder zaken af. We raken steeds meer de weg kwijt. Er is zoveel informatie juist of onjuist, zoveel stromingen, het donker verpakt in het licht. Zelfs in onze spirituele zoektocht naar onszelf raken we  de weg kwijt en dat is op zich heel bijzonder omdat de weg het doel is. Jezelf leren kennen is de weg. 

We zijn ongeduldig maar beseffen niet dat ongeduld ontstaat uit twijfel over het gewenste resultaat. Als er zekerheid bestaat, dan kan er ook geen ongeduld zijn. Dus waar ben je onzeker over? Je bent onzeker over wie je echt bent, gesteund door foute conclusies en misvattingen die je bewust en onbewust met je meedraagt. Door de illusie zie je niet dat je alles bent, dat we één zijn.  

Het gaat er toch om in het leven te vallen en weer op te staan, te onderzoeken, vaak in de war te zijn,  het niet begrijpen van dingen en op een constructieve manier leren omgaan met het niet weten. Het onontwikkelde deel van jezelf verrijken en laten groeien. 

Onze lichamen reageren op onevenwichtigheid door aan te komen, af te vallen, gespannen te raken of ziekte en verslavingen te ontwikkelen. We hunkeren naar allerlei dingen die we normaliter niet zouden verlangen als we onze eigen natuurlijke stroom zouden gebruiken door te luisteren en te voelen. 

Ook op het spirituele pad laten wij onze conditioneringen niet achter en gebruiken we meer ons denkvermogen dan dat we echt voelen. Zo denken wij bijvoorbeeld dat goed en liefdevol zijn wijst op spirituele ontwikkeling. Dus met al je wilskracht probeer je jezelf in gedachten voor te schrijven goed en liefdevol te zijn. Dit leidt er alleen maar toe dat je iets wilt zijn wat je niet bent. 

En als je dan doorzet op je wilskracht, omdat je het echt wil. Door op je tanden te bijten, om maar aan alle wensen te voldoen van jezelf en van anderen. Stel jezelf dan de vraag of het een echt gezonde wil is. Of het een wil is die kalm is, geen dwangmatig moeten met kracht die gemakkelijk stroomt en zonder ongeduld.

Maak opnieuw contact met je natuurlijke verlangens, de stem van je geest te eren, de stem van onze intuïtie, die je vertelt wat het beste voor ons is.  Dit kun je doen door de tijd te nemen voor jezelf, stil te zijn, van jezelf te houden en goed voor jezelf te zorgen. Laat je niet afleiden en probeer kritisch te zijn met wie en met wat je je omringt.